Citaat | Hoge Raad 1 april 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:773.
Voor de schuldvorm "roekeloosheid" geldt op zichzelf hetzelfde, zij het dat daarbij moet worden betrokken dat deze roekeloosheid in de wetsgeschiedenis als "de zwaarste vorm van het culpose delict" wordt aangemerkt die tot onder meer een verdubbeling van het maximum van de op te leggen vrijheidsstraf heeft geleid. Mede met het oog op het strafverhogende effect van dit bestanddeel moeten daarom aan de vaststelling dat sprake is van roekeloosheid, dus de zwaarste vorm van schuld, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter in voorkomende gevallen daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven. Dat geldt ook in de gevallen waarin de roekeloosheid in de kern bestaat uit de in art. 175, derde lid, WVW 1994 omschreven gedragingen, nu die gedragingen grond vormen voor een verdere verhoging van het ingevolge het tweede lid van dat artikel voor roekeloosheid geldende strafmaximum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf, en de alinea staat in dat document op bytes 22424 tot 23361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf | shasum -a 256