Citaat | Hoge Raad 1 april 2014
Onder 3.4. Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:773.
Het voorgaande brengt mee dat de vraag of in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994 een beoordeling vergt van de specifieke omstandigheden van dat geval. Bij de toetsing in cassatie van beslissingen in concrete gevallen kan een rol spelen of de rechter zijn oordeel dat sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, heeft voorzien van een nadere motivering die recht doet aan het bijzondere karakter van roekeloosheid. Van roekeloosheid als zwaarste, aan opzet grenzende, schuldvorm zal immers slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zijn. Daarbij verdient opmerking dat "roekeloosheid" in de zin van de wet een specifieke betekenis heeft die niet noodzakelijkerwijs samenvalt met wat in het normale spraakgebruik onder "roekeloos" – in de betekenis van "onberaden" – wordt verstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf, en de alinea staat in dat document op bytes 23482 tot 24366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf | shasum -a 256