Citaat | Hoge Raad 1 april 2014
Onder 3.5. Hoge Raad 1 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:773.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn (vgl. HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:960, NJ 2014/25).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf, en de alinea staat in dat document op bytes 24487 tot 24981.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb949c28ecd56094deb3cf62cd473f91103935e6d05e4c8b206976f4c16cafbf | shasum -a 256