Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 4.1 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797.
Onderdeel 1.1 betoogt dat het belang van de Vennootschap als joint venture geheel samenviel met de belangen van de aandeelhouders. Mede gelet op het bepaalde in art. 2:239 lid 4 BW was het bestuur van de Vennootschap daarom op grond van de feitelijke instructiemacht van de aandeelhouders verplicht om instructies van de aandeelhouders op te volgen. Het oordeel van de ondernemingskamer in rov. 3.4, 3.26 en 3.27 getuigt daarom van een onjuiste rechtsopvatting, althans heeft de ondernemingskamer haar oordeel onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe, en de alinea staat in dat document op bytes 26575 tot 27157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe | shasum -a 256