Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 4.7.1 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797.
De omstandigheid dat het de aandeelhouders vrijstaat om hun joint venture in te richten, ontslaat hen niet van de verplichtingen die voor ieder van hen voortvloeien uit art. 2:8 BW. Op grond van deze bepaling waren Invernostra en Inversiones gehouden zich jegens Holding I en jegens de Vennootschap te gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Art. 2:8 BW is van dwingend recht en geldt ook indien Invernostra haar aandelen op grond van de wet, de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst kon en mocht overdragen aan Inversiones zonder deze aandelen aan Holding I aan te bieden of zonder Holding I te informeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe, en de alinea staat in dat document op bytes 37703 tot 38394.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289c8296a3be8735d92d89ad99ff880017c1c4fac8ee8b99c26078140f84bcfe | shasum -a 256