Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 4.1 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:799.
Onderdeel II betoogt dat de ondernemingskamer in rov. 3.4, 3.20.1, 3.21 en 3.22 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip ‘belang van de vennootschap’. De ondernemingskamer miskent volgens het onderdeel dat het vennootschappelijk belang de resultante is van de afweging van de verschillende bij de vennootschap en haar onderneming betrokken deelbelangen. Aangezien de vennootschap slechts een verlengstuk van de aandeelhouders vormt, kan er daarom geen sprake zijn van een zelfstandig eigen belang van (continuïteit van) de vennootschap. Voorts zou de ondernemingskamer miskennen dat een bestuurder in joint-venture -verhoudingen mag functioneren als ‘afgevaardigde’ van de aandeelhouder op wiens voordracht hij is benoemd. Voor zover de ondernemingskamer uitgaat van een juiste rechtsopvatting, is haar oordeel onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd, zo stelt het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfcb09dfc93b960e9cc086baef98159b15358d0e0387d573dd5d7e877611b50c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfcb09dfc93b960e9cc086baef98159b15358d0e0387d573dd5d7e877611b50c, en de alinea staat in dat document op bytes 29251 tot 30221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dfcb09dfc93b960e9cc086baef98159b15358d0e0387d573dd5d7e877611b50c | shasum -a 256