Citaat | Hoge Raad 4 april 2014

Onder 4.4.2 Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:799.

Het onderdeel klaagt terecht dat de mogelijkheden voor het bestuur om de eerste verwatering te doen terugdraaien beperkt waren in het licht van de opstelling van Inversiones. Blijkens rov. 3.18 heeft [A] een ‘Stappenplan’ opgesteld dat ertoe zou leiden dat de vordering van Inversiones op Efesyde zou worden afgelost met behulp van een banklening of uit de winst. In de tussentijd zouden de oorspronkelijke verhoudingen tussen de aandeelhouders worden gehandhaafd en zouden de relevante beslissingen door de aandeelhouders unaniem genomen worden. Invernostra heeft aangevoerd dat Inversiones dit plan echter heeft afgewezen, onder andere omdat zij geen directe voldoening in contanten zou ontvangen voor haar vordering op Efesyde. In het licht van deze stellingen van Invernostra is het oordeel van de ondernemingskamer in rov. 3.20.2 onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfcb09dfc93b960e9cc086baef98159b15358d0e0387d573dd5d7e877611b50c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfcb09dfc93b960e9cc086baef98159b15358d0e0387d573dd5d7e877611b50c, en de alinea staat in dat document op bytes 36423 tot 37299.