Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.4.1 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:816.
De onderdelen 2 en 3 van het middel richten verschillende klachten tegen de wijze waarop het hof de beschermingsomvang van EP 902 en EP 449 heeft vastgesteld, in het bijzonder wat betreft de vraag of daaronder zowel uit-fase, als in-fase eerste meanderpatronen vallen. Daarbij nemen de onderdelen tot uitgangspunt dat conclusie 1 geen vereisten bevat omtrent de oriëntatie van de meanderpatronen ten opzichte van elkaar (in-fase of uit-fase). Blijkens haar toelichting ziet Medinol als de kern van haar cassatieberoep dat het hof heeft miskend dat de beschermingsomvang van een octrooi wordt bepaald door de letterlijke tekst van de conclusies en (wel kan worden verruimd, maar) niet kan worden beperkt door de beschrijving en tekeningen, in het bijzonder niet door op grond van de (in de beschrijving en tekeningen weergegeven) stand van de techniek en voorkeursuitvoeringsvormen een kenmerk aan de conclusies toe te voegen dat in die conclusies niet is beschreven. De context van de conclusies (de beschrijving en voorkeursuitvoeringsvormen evenals de stand van de techniek) is volgens Medinol alleen van belang wanneer de letterlijke betekenis van de bewoordingen van de conclusies onvoldoende duidelijkheid schept.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6, en de alinea staat in dat document op bytes 17783 tot 19017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6 | shasum -a 256