Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.6.2 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:816.
Voor zover het onderdeel tevens daartegen opkomt, kan het niet slagen. Blijkens de toelichting heeft de klacht betrekking op de veroordeling in de kosten van het geding in reconventie en wordt betoogd dat i) de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld niet is vervuld en ii) er, nu die vordering de nietigheid van het octrooi betreft, in het licht van de uitspraak van het HvJEU in de zaak Bericap/Plastinova (HvJEU 15 november 2012, zaak C-180/11, ECLI:NL:XX:2012:BY4086) geen plaats is voor toepassing van art. 1019h Rv. Wat betreft de bij i) vermelde omstandigheid heeft het hof zich kennelijk aangesloten bij het oordeel van de rechtbank (rov. 4.16 van het vonnis). Dat oordeel van het hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is verweven met waarderingen van feitelijke aard die in cassatie niet op juistheid kunnen worden onderzocht. Het bij ii) vermelde argument is door Medinol in hoger beroep niet aangevoerd, zodat het hof daarop niet behoefde in te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6, en de alinea staat in dat document op bytes 28868 tot 29885.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ba351ccda632fcfd3310c4af9c86b3e02af0d49db38b373bb96cceb0bb493a6 | shasum -a 256