Citaat | Hoge Raad 4 april 2014
Onder 3.6 Hoge Raad 4 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:826.
Uit deze uitspraken volgt dat de klachten van de onderdelen 1-4 falen voor zover zij strekken ten betoge dat het hof met zijn oordelen over art. 1 EP blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof heeft in rov. 3.26–3.41 en in rov. 3.51-3.52 hetzelfde toetsingskader gehanteerd als het EHRM en aldus de juiste maatstaven aangelegd. Het oordeel van het hof dat hetgeen [eiser] ter onderbouwing van zijn stellingen heeft aangevoerd, onvoldoende is om te kunnen concluderen dat hij door de wettelijke regulering van de huurprijzen disproportioneel wordt getroffen, is voorts niet onbegrijpelijk en niet onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc030f3bac588045478825b1c666ac234111cd1c3e09d578e4ca65391638989. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc030f3bac588045478825b1c666ac234111cd1c3e09d578e4ca65391638989, en de alinea staat in dat document op bytes 24639 tot 25293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc030f3bac588045478825b1c666ac234111cd1c3e09d578e4ca65391638989 | shasum -a 256