Citaat | Hoge Raad 4 april 2014

Onder 3.5.3 Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:830.

Hiermee strookt dat het ontbreken van een contractuele band tussen een vervreemder en een verkrijger of tussen twee ondernemers aan wie achtereenvolgens werkzaamheden zijn opgedragen, niet van doorslaggevend belang is bij de beantwoording van de vraag of sprake is van overgang van een onderneming in de zin van de Richtlijn (zie bijvoorbeeld HvJEU 11 maart 1997, C-13/95, ECLI:NL:XX:1997:AG1499, Jur. 1997, p. I-1259, NJ 1998/377 (Süzen), punt 11; HvJEU 24 januari 2002, C-51/00, ECLI:NL:XX:2002:AG7800, Jur. 2002, p. I-969 (Temco), punt 31).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13, en de alinea staat in dat document op bytes 15961 tot 16519.