Citaat | Hoge Raad 4 april 2014

Onder 3.6.2 Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:830.

Aangezien het hof in het midden heeft gelaten of de verkoop van dierbenodigdheden door [betrokkene 1] kan worden gezien als een economische eenheid in de zin van art. 7:662 lid 2, aanhef en onder b, BW, moet daarvan in cassatie veronderstellenderwijs worden uitgegaan. Bij dat uitgangspunt heeft het hof, door te oordelen dat niet kan worden aangenomen dat [verweerder] de exploitatie van de verkoop van dierbenodigdheden heeft voortgezet, hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13, en de alinea staat in dat document op bytes 20655 tot 21207.