Citaat | Hoge Raad 4 april 2014

Onder 3.6.5 Hoge Raad 4 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:830.

Ten slotte heeft [eiseres] een beroep gedaan op diverse feiten en omstandigheden, waaruit volgens haar volgt dat sprake is van een overgang van de onderneming. Zo heeft zij erop gewezen dat in uitingen in de pers en op websites van de zijde van [verweerder] en [betrokkene 1] en hun ouders – die zich daarin gezamenlijk presenteren als ‘de familie [van verweerder]’ – de indruk wordt gewekt dat sprake is van voortzetting van het tuincentrum met afdeling dierbenodigdheden – na een tijdelijke sluiting wegens een verbouwing – in gewijzigde vorm, dat [eiseres] in oktober 2009 aan derden is voorgesteld als toekomstig medewerker van de Welkoop-winkel, en dat personeel van [betrokkene 1] – te weten [betrokkene 2]en [betrokkene 3] – door [verweerder] is overgenomen (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.18). Zonder nadere motivering is onbegrijpelijk waarom het hof deze stellingen niet van belang heeft geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 750bc8b08f4bc5c12306ab7c4c8cbbc37aec91eb696080a50b0005a91216ca13, en de alinea staat in dat document op bytes 22855 tot 23808.