Citaat | Hoge Raad 11 april 2014

Onder 3.4.5. Hoge Raad 11 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:838.

Mocht het Hof van de juiste rechtsopvatting zijn uitgegaan dan zijn, in het licht van de in de overeenkomst omschreven rechtsbetrekkingen tussen de BV, de Maatschap en de Stichting, de hiervoor in 3.2 omschreven oordelen onvoldoende met redenen omkleed. Uit de door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden, volgt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet dat de onderlinge rechtsbetrekkingen (de overeenkomst en de maatschapsovereenkomst) zodanig waren dat de BV, de Maatschap en de Stichting tezamen als één ondernemer een 'prostitutiebedrijf' in het pand uitoefenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5deb7789b9a4044c3cfa642cce170581f0b4a457d9ba83bc849b2e5645b5f02b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5deb7789b9a4044c3cfa642cce170581f0b4a457d9ba83bc849b2e5645b5f02b, en de alinea staat in dat document op bytes 18049 tot 18645.