Citaat | Hoge Raad 11 april 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 11 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:840.
Het Hof heeft het hiervoor in 3.2 weergegeven oordeel doen steunen op de overweging dat de Inspecteur op eenvoudige wijze, zonder ingrijpend of tijdrovend onderzoek, de door de provincie verstrekte informatie mee had kunnen laten tellen bij het opleggen van de primitieve aanslag. Het middel klaagt, op zichzelf bezien terecht, over de onbegrijpelijkheid van de aan deze overweging ten grondslag liggende vaststelling dat de Inspecteur een termijn van bijna drie maanden had om die informatie te betrekken in de regeling van de primitieve aanslag. Blijkens de stukken van het geding had de Inspecteur voor het Hof onweersproken aangevoerd dat de aanslaggegevens rond 24 juli 2009 zijn vastgesteld en opgestuurd naar het computercentrum van de Belastingdienst en dat vanaf dat moment geen invloed meer kon worden uitgeoefend op die aanslaggegevens. Tegen de achtergrond van deze onweersproken stelling en de omstandigheid dat de Inspecteur de informatie van de provincie op 11 juni 2009 heeft ontvangen, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk de vaststelling dat de Inspecteur kon beschikken over een termijn van bijna drie maanden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea1b31b53ff28b0e2c5c494a9688c4608c2e9cf2ac2937471ea48c786151b1e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea1b31b53ff28b0e2c5c494a9688c4608c2e9cf2ac2937471ea48c786151b1e3, en de alinea staat in dat document op bytes 7728 tot 8892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea1b31b53ff28b0e2c5c494a9688c4608c2e9cf2ac2937471ea48c786151b1e3 | shasum -a 256