Citaat | Hoge Raad 8 april 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 8 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:848.

[verdachte] vroeg mij of ik geld nodig had. Ik zei tegen hem dat ik altijd geld kon gebruiken. Hij zei tegen mij dat hij een huis wist waar je makkelijk naar binnen kon en dat daar veel geld binnen zou zijn. Op 3 december 2009 zijn we naar het huis gegaan. We spraken omstreeks 17.00 uur af. We zijn eerst naar het huis van [verdachte] gelopen. [verdachte] moest daar spullen pakken. Ik zag dat [verdachte] uit de kast spullen, onder andere schroevendraaiers, pakte en deze in een tasje deed. [verdachte] heeft andere schoenen en een andere jas aangedaan. Hij zei dat de andere kleding die hij droeg te veel opviel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a11abe2e3f513b615a6800cd4a715d90784c6230c05598397aee070f69b0340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a11abe2e3f513b615a6800cd4a715d90784c6230c05598397aee070f69b0340, en de alinea staat in dat document op bytes 10678 tot 11320.