Citaat | Hoge Raad 8 april 2014

Onder 2.2.2. Hoge Raad 8 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:848.

Ik moest buiten op de uitkijk gaan staan. Ik heb in de achtertuin gestaan. [verdachte] zei dat ik moest wachten. Ik stond in de tuin toen hij met die schroevendraaier bij de kozijnen bezig was. Op een gegeven moment zei [verdachte] dat het niet lukte om het raam open te krijgen. Hij zei dat hij een raam met een steen ging ingooien. Toen ik bij de tuin kwam, zag ik dat [verdachte] twee stenen in zijn hand had. Ik hoorde toen dat er een raam ingegooid werd. Hij zei dat hij nog een keer het raam moest inslaan. Ik hoorde toen dat er ongeveer drie keer tegen het raam geslagen werd. Ik zag een gat in het raam van de keuken. Ik zag de schaduw van [verdachte] door het huis. Ik zag dat [verdachte] de voordeur opendeed. Ik zag dat [verdachte] naar boven ging. Ik zag dat er een politieauto door de straat reed. Ik schrok en ik rende weg. Ik had toen het tasje met de schroevendraaier nog bij mij. lk rende weg via een ander paadje. Ik gooide het tasje van mij af, ergens in een tuin. Ik had handschoenen aan. [verdachte] droeg ook handschoenen. Nadat ik was aangehouden, zag ik [verdachte] naar ons toe rennen. Ik zag dat [verdachte] uit dezelfde richting kwam rennen als waar ik vandaan kwam. De agent zag [verdachte] ook. Toen ik op het politiebureau in Ede kwam, sprak ik met uw collega [verbalisant 1]. Ik vertelde [verbalisant 1] dat ik samen met [verdachte] had ingebroken. Het telefoonnummer van mijn oude telefoon is [06-001].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a11abe2e3f513b615a6800cd4a715d90784c6230c05598397aee070f69b0340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a11abe2e3f513b615a6800cd4a715d90784c6230c05598397aee070f69b0340, en de alinea staat in dat document op bytes 11332 tot 12779.