Citaat | Hoge Raad 8 april 2014
Onder 3.3. Hoge Raad 8 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:852.
Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof het hiervoor weergegeven betoog aldus uitgelegd dat dit in de eerste plaats de stelling bevatte dat niet bewezen kan worden dat de verbalisanten 'in de rechtmatige uitoefening van hun bediening' werkzaam waren op het moment dat zij tot aanhouding van de verdachte overgingen, zodat de gedragingen van de verbalisanten jegens de verdachte om die reden kunnen worden aangemerkt als een wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. Dit betoog vindt zijn weerlegging in de gemotiveerde bewezenverklaring, zodat het middel bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie kan leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5900cf53525319948157d06c5c4e23fdcab44850c65e00fbc88c2a0195a5770f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5900cf53525319948157d06c5c4e23fdcab44850c65e00fbc88c2a0195a5770f, en de alinea staat in dat document op bytes 12606 tot 13279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5900cf53525319948157d06c5c4e23fdcab44850c65e00fbc88c2a0195a5770f | shasum -a 256