Citaat | Hoge Raad 8 april 2014

Onder 3.4. Hoge Raad 8 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:857.

De raadsman heeft ter terechtzitting van het hof als reden voor het horen van de getuigen aangegeven dat zij zouden kunnen verklaren over het lenen en het gebruik van de auto, in het bijzonder in het licht van de mogelijke verwarring bij de getuige [getuige] over het uiterlijk van verdachte en dat van de medeverdachte [betrokkene 1]. Mede gelet op de summiere verklaring van verdachte over het gebruik van de betreffende auto met zijn medeverdachten en het niet door de verdediging betwiste feit dat zij gezamenlijk in die auto zijn aangehouden in de nacht van 28 maart 2010, acht het hof het horen van deze getuigen niet noodzakelijk."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ada350192b7699332371ad325ae6502495296dd5430ad1826b4c76e0670ae66f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ada350192b7699332371ad325ae6502495296dd5430ad1826b4c76e0670ae66f, en de alinea staat in dat document op bytes 10593 tot 11244.