Citaat | Hoge Raad 8 april 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 8 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:859.
[betrokkene 1] heeft hiermee ingestemd. De verdachte heeft haar als betaaladres een bankrekening ten name van [A] B.V. i.o. opgegeven, waarnaar zij de gelden diende over te maken met vermelding van 'Belegging/investering/portfolio'. [betrokkene 1] heeft vervolgens, op 19 december 2003, een bedrag van in totaal € 90.000,- naar deze rekening overgemaakt. Op de bij deze rekening behorende bankpas was [betrokkene 4] de gemachtigde. Na genoemde overboeking van EUR 90.000,- heeft de verdachte de bankpas onder zich gekregen en is hij samen met [betrokkene 4] een aantal malen naar het postkantoor gegaan, alwaar [betrokkene 4] toen telkens € 12.000,- in contanten van die rekening heeft opgenomen en dit geld telkens samen met de bankpas aan de verdachte heeft overhandigd. [betrokkene 1] heeft van het door haar ter beschikking gestelde geld nooit iets terugontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a91b3bb9f967f364a2f752d5b1c1ab0dc902bd3702168456054fa08fd60d0e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a91b3bb9f967f364a2f752d5b1c1ab0dc902bd3702168456054fa08fd60d0e4, en de alinea staat in dat document op bytes 9041 tot 9940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a91b3bb9f967f364a2f752d5b1c1ab0dc902bd3702168456054fa08fd60d0e4 | shasum -a 256