Citaat | Hoge Raad 8 april 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 8 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:859.

Het hof acht de lezing van de verdachte - die hij ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 12 maart 2012 heeft gegeven - dat [betrokkene 1] het door haar overgemaakte geld aan [A] B.V. i.o. ter leen had verstrekt en dat de contant opgenomen bedragen ook zijn geïnvesteerd in [A] B.V. i.o. doordat deze bedragen zijn besteed aan uitgaven van [A] B.V. i.o., ongeloofwaardig. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat deze verklaringen niet alleen in strijd zijn met de verklaringen van [betrokkene 1], maar evenmin te rijmen zijn met de verklaring van [betrokkene 4], onder meer inhoudende dat hij van de verdachte had vernomen dat het door [betrokkene 1] overgemaakte geld van de verdachte was en de verklaring van [betrokkene 3], onder meer inhoudende dat hij geen idee heeft wat er met het geld van [betrokkene 1] is gebeurd en dat zij volgens hem nooit een lening aan [A] B.V. i.o. heeft verstrekt. Voorts neemt het hof in aanmerking dat de verdachte zijn verklaring omtrent de besteding van de contanten op geen enkele wijze heeft onderbouwd met bescheiden of verifieerbare gegevens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a91b3bb9f967f364a2f752d5b1c1ab0dc902bd3702168456054fa08fd60d0e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a91b3bb9f967f364a2f752d5b1c1ab0dc902bd3702168456054fa08fd60d0e4, en de alinea staat in dat document op bytes 9952 tot 11050.