Citaat | Hoge Raad 8 april 2014
Onder 3.4.2. Hoge Raad 8 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:861.
"Bij de mededeling op grond van artikel 51a, derde lid, dat vervolging tegen een verdachte wordt ingesteld, zendt de officier van justitie een formulier voor voeging toe. Voor de aanvang van de terechtzitting geschiedt de voeging door een opgave van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust, bij de officier van justitie die met de vervolging van het strafbare feit is belast. Deze opgave vindt plaats door middel van een door Onze Minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld formulier."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f29b4e83eb17fc73f42ee56c9974ff6bb038d00f9498354281cdf4843cec4ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f29b4e83eb17fc73f42ee56c9974ff6bb038d00f9498354281cdf4843cec4ed, en de alinea staat in dat document op bytes 12091 tot 12618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f29b4e83eb17fc73f42ee56c9974ff6bb038d00f9498354281cdf4843cec4ed | shasum -a 256