Citaat | Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 3.3.2. Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:9.
Vooropgesteld wordt dat uit het hiervoor in onderdeel 2 vermelde arrest van het Hof van Justitie volgt dat in een geval als het onderhavige waarin een belastingplichtige op door hem ter beschikking gestelde grond door derden een pand laat bouwen en hij dat pand bestemt voor (gedeeltelijk) vrijgestelde economische activiteiten, artikel 5, lid 7, letter a, van de Zesde richtlijn ruimte laat voor het op grond van artikel 3, lid 1, letter h, van de Wet aanmerken van die bestemming als een aan de heffing van omzetbelasting onderworpen levering, waarbij de waarde van de grond wordt begrepen in de maatstaf van heffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df589cc1687c16f09569eddeac29bc39db0251dac1bd40a3f378100e5077321c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df589cc1687c16f09569eddeac29bc39db0251dac1bd40a3f378100e5077321c, en de alinea staat in dat document op bytes 13434 tot 14066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df589cc1687c16f09569eddeac29bc39db0251dac1bd40a3f378100e5077321c | shasum -a 256