Citaat | Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 3.2.9 Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:91.

Omdat de Raad heeft geadviseerd dat er geen contra-indicaties zijn voor de omgang tussen de vader en het kind, is er in beginsel aanleiding een omgangsregeling vast te stellen, de moeder te verplichten hieraan mee te werken en daaraan een dwangsom te verbinden, gelet op haar houding tot nu toe. Het belang van het kind dient echter voorop te worden gesteld. Hoezeer de omgang met de vader in het belang van de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind is, het hof heeft geen andere mogelijkheid dan om de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het kind kent de vader immers niet, heeft geen band met hem en is derhalve niet aan hem gehecht. Begeleide omgang is door de houding van de moeder ook in hoger beroep niet op gang gekomen. Om de genoemde redenen is het evenmin in het belang van het kind haar hoofdverblijfplaats te wijzigen of het gezag over haar alleen aan de vader toe te kennen. (rov. 2.6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea24216e4de2f7d857f92c2bd57e50cf84e11c62d387781091ff3b772039d1fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea24216e4de2f7d857f92c2bd57e50cf84e11c62d387781091ff3b772039d1fa, en de alinea staat in dat document op bytes 16422 tot 17343.