Citaat | Hoge Raad 15 april 2014

Onder 2.2.3. Hoge Raad 15 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:920.

"Het hof is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat twee goederen die in de auto zijn aangetroffen, te weten de koevoet en de rubberen hamer, ongeveer 6 dagen voor zijn aanhouding door verdachte zijn gekocht. Deze goederen zijn aangetroffen in de kofferbak van de personenauto vlakbij de overige in de tenlastelegging genoemde goederen. Een aantal van die goederen is bij elkaar in een plastic tas aangetroffen. Gezien deze omstandigheden acht het hof bewezen dat verdachte de goederen zelf in de personenauto heeft gelegd of in ieder geval wist dat deze goederen in de auto lagen. Hieruit volgt dat verdachte deze goederen opzettelijk voorhanden heeft gehad. Deze stelling wordt nog ondersteund door de verklaring van verdachte dat hij graag zijn spullen, die in de auto lagen, wil behouden. Verdachte maakt daarbij geen onderscheid tussen de aangetroffen goederen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78, en de alinea staat in dat document op bytes 15082 tot 15995.