Citaat | Hoge Raad 15 april 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 15 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:920.
Krachtens geldende jurisprudentie (Hoge Raad 20 februari 2007, LJN AZ0213) dient te worden beoordeeld of genoemde voorwerpen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78, en de alinea staat in dat document op bytes 16007 tot 16355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78 | shasum -a 256