Citaat | Hoge Raad 15 april 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 15 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:920.
Aangezien de bewezenverklaring onder 2, voor zover inhoudende dat de verdachte opzettelijk voorwerpen voorhanden heeft gehad die waren "bestemd tot het begaan" van het misdrijf "diefstal met geweld en/of afpersing", niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet begrijpelijk is het kennelijke oordeel van het Hof dat uit die bewijsvoering met voldoende bepaaldheid blijkt welk "misdadige doel (...) de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had". De door het Hof in dat verband in aanmerking genomen omstandigheden dat in de auto voorwerpen zijn aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij het plegen van diefstal met geweld en/of afpersing en dat de verdachte die voorwerpen opzettelijk voorhanden heeft gehad, volstaan daartoe niet. (Vgl. HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:179, NJ 2014/107.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78, en de alinea staat in dat document op bytes 17464 tot 18503.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b068be9ed7b79a3eb69b897e9f0764077fd00b28b0d18fd2aadf84ea0229dc78 | shasum -a 256