Citaat | Hoge Raad 18 april 2014

Onder 3.2.1. Hoge Raad 18 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930.

Aan de omstandigheid dat het aanslagbiljet met als dagtekening 14 oktober 2011 in de maand september 2011 is opgemaakt, heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat de aanslag tijdig, te weten binnen de driejaarstermijn van artikel 11, lid 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is vastgesteld. De enkele omstandigheid dat de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, vormt volgens het Hof geen grond voor vernietiging van die aanslag. Wel leidt die omstandigheid ertoe dat de bezwaartermijn pas aanvangt op de dag van ontvangst door belanghebbende of diens vertegenwoordiger van het aanslagbiljet of een afschrift daarvan, aldus het Hof onder verwijzing naar HR 29 juni 2012, nr. 11/03759, ECLI:NL:HR:2012:BW0194, BNB 2012/253.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f, en de alinea staat in dat document op bytes 8648 tot 9428.