Citaat | Hoge Raad 18 april 2014
Onder 3.3.2. Hoge Raad 18 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930.
In het licht hiervan dient te worden aangenomen dat de regel dat de dagtekening van het aanslagbiljet beslissend is, niet onverkort kan gelden bij de toepassing van artikel 11, lid 3, AWR. In zijn arresten van 6 december 1989, nrs. 25888 en 25909, BNB 1990/176 en BNB 1990/177, heeft de Hoge Raad een uitzondering op deze regel aanvaard voor het geval de terpostbezorging van het aanslagbiljet plaatsvindt na de dagtekening ervan. In overeenstemming met de hiervoor beschreven strekking van de aanslagtermijn dient – meer in het algemeen – te worden aangenomen dat de eerder bedoelde regel uitzondering lijdt indien de aanslag pas na de dagtekening van het aanslagbiljet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Voor de toepassing van artikel 5 in verbinding met artikel 11, lid 3, AWR komt de datum van bekendmaking dan in de plaats van de dagtekening van het aanslagbiljet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f, en de alinea staat in dat document op bytes 11688 tot 12587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f | shasum -a 256