Citaat | Hoge Raad 18 april 2014
Onder 3.3.5. Hoge Raad 18 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930.
Indien de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, is aan de strekking van de regels over bekendmaking van besluiten niettemin voldaan indien de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger het aanslagbiljet of een afschrift daarvan ontvangt. Voor de toepassing van artikel 5 AWR moet het aanslagbiljet dan worden geacht de voorafgaande dag aan de belanghebbende te zijn toegezonden (vgl. HR 15 maart 2000, nr. 34999, ECLI:NL:HR:2000:AA5141, BNB 2000/220, met betrekking tot de bezwaartermijn). De stelplicht en bewijslast met betrekking tot feiten die deze uitzondering rechtvaardigen, rusten bij de inspecteur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f, en de alinea staat in dat document op bytes 14292 tot 14930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f | shasum -a 256