Citaat | Hoge Raad 18 april 2014
Onder 3.3.6. Hoge Raad 18 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:930.
Het hiervoor overwogene houdt in dat de Hoge Raad in gevallen waarin een aanslag na de dagtekening van het aanslagbiljet bekend is gemaakt, in het kader van de aanslagtermijn thans dezelfde maatstaven met betrekking tot de bekendmaking van die aanslag hanteert als in het kader van de bezwaartermijn. In gevallen waarin de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt doordat sprake is van een aan de Belastingdienst te wijten onjuiste adressering van het aanslagbiljet, aanvaardt de Hoge Raad als gevolg daarvan niet langer dat de aanslagtermijn reeds in acht is genomen indien de belastingplichtige binnen die termijn op de hoogte was van de verzending van het aanslagbiljet. Met de enkele kennisneming van die verzending aan een verkeerd adres is immers niet gewaarborgd dat de belastingplichtige binnen een redelijke termijn zijn belastingafrekening ontvangt, en wordt dus onvoldoende recht gedaan aan de hiervoor in 3.3.2 vermelde strekking van de aanslagtermijn. De Hoge Raad komt in zoverre terug van zijn arrest van 6 december 1989, nr. 25909, BNB 1990/177.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f, en de alinea staat in dat document op bytes 15004 tot 16094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a60dd3966e5e01469b9e6817abcdcac47551c696a10008f2aa176d9690335a4f | shasum -a 256