Citaat | Hoge Raad 17 januari 2014
Onder 3.3 Hoge Raad 17 januari 2014
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:95.
Het hof heeft het vonnis in conventie bekrachtigd. Het overwoog daartoe dat [verweerder] niet door de brieven van [eiseres] van 27 maart 2008 en 7 april 2008 in gebreke is gesteld en dat voor het intreden van verzuim zonder ingebrekestelling ook geen grond is gesteld of gebleken (rov. 3.5). Uit het feit dat [verweerder] het werk op 16 april 2008 heeft verlaten, mocht [eiseres] niet afleiden dat hij in de nakoming van de overeenkomst zou tekortschieten (rov. 3.7). Met betrekking tot de stelling van [eiseres] dat de brief van mr. Scholten van 17 juni 2008 (zie hiervoor in 3.1 onder (vi)) als een ingebrekestelling dient te worden aangemerkt, overwoog het hof als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09568571722e625e0801c18357257635444ac6c47f7b5de00115c794931278ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09568571722e625e0801c18357257635444ac6c47f7b5de00115c794931278ba, en de alinea staat in dat document op bytes 15575 tot 16263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/09568571722e625e0801c18357257635444ac6c47f7b5de00115c794931278ba | shasum -a 256