Citaat | Hoge Raad 18 april 2014
Onder 3.3.3 Hoge Raad 18 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:951.
11. Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat weliswaar de machtiging indertijd terecht is afgegeven, maar thans klaarblijkelijk niet langer sprake is van dermate ernstige gedra-problemen die een verdere voortzetting van de machtiging tot gesloten plaatsing rechtvaardigen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat ervan moet worden uitgegaan dat de door Jeugdzorg met de gesloten plaatsing beoogde belangen niet (meer) in redelijke verhouding staan tot de inbreuk op de persoonlijke vrijheid van de minderjarige die de thans geldende machtiging tot gesloten plaatsing naar haar aard vormt. Bij deze stand van zaken moet worden geoordeeld dat voor voortzetting van de machtiging gesloten plaatsing bij gebreke van proportionaliteit van die maatregel, geen grond meer bestaat. Het vorenstaande brengt mee dat van onrechtmatige vrijheidsbeneming tot op het moment van deze beschikking geen sprake is (geweest) zodat voor het toekennen van de door de minderjarige verzochte schadevergoeding geen plaats is, nog daargelaten dat een dergelijk verzoek gelet op het bepaalde in artikel 362 Rv niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e, en de alinea staat in dat document op bytes 12663 tot 13832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e | shasum -a 256