Citaat | Hoge Raad 18 april 2014
Onder 3.4.1 Hoge Raad 18 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:951.
Onderdeel 1 klaagt in de eerste plaats dat het hof niet (gemotiveerd) is ingegaan op het betoog van [verzoeker] dat de gedragswetenschapper bij het opstellen van haar hiervoor in 3.2.1 vermelde instemmingsverklaring ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de schriftelijke informatie die haar namens [verzoeker] (door zijn advocaat) is aangeboden. Indien het hof wel op dit betoog is ingegaan, heeft het art. 29b leden 4 en 5 Wjz, art. 3:2 Awb en de in de Awb neergelegde en ook in het burgerlijk recht geldende zorgvuldigheidsbeginselen onjuist toegepast, dan wel heeft het hof verzuimd de (wijze van totstandkoming van de) instemmingsverklaring te toetsen aan de door art. 5 EVRM gestelde waarborgen tegen willekeurige vrijheidsbeneming. In dit verband wordt in de toelichting op de klacht mede een beroep gedaan op art. 12 IVRK.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e, en de alinea staat in dat document op bytes 14143 tot 14993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e | shasum -a 256