Citaat | Hoge Raad 18 april 2014

Onder 3.4.7 Hoge Raad 18 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:951.

Voorts verdient opmerking dat de gedragswetenschapper die de in art. 29b lid 5 Wjz bedoelde instemmingsverklaring afgeeft, niet kan worden aangemerkt als een adviseur in de zin van art. 3:5 Awb, die is belast met het adviseren inzake een door Bureau Jeugdzorg te nemen besluit. Uit art. 29b lid 5 Wjz volgt immers dat de gedragswetenschapper zijn instemmingsverklaring afgeeft nadat Bureau Jeugdzorg op de voet van art. 29b lid 4 Wjz een indicatiebesluit heeft genomen en heeft verklaard dat zich een geval als bedoeld in art. 29b lid 3 Wjz voordoet. Derhalve is Bureau Jeugdzorg niet uit hoofde van art. 3:9 Awb gehouden zich ervan te vergewissen dat het onderzoek door de gedragswetenschapper op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a7109e7c43ed0dda7e6ddb3bd15583d9e6cfbd5800f3fdc6b761f8702b401e, en de alinea staat in dat document op bytes 20144 tot 20894.