Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.7.2. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.
Het kennelijke oordeel van het Hof dat de bewezenverklaarde uitlatingen ter kennis van het publiek zijn gebracht, geeft niet blijk van een onjuiste opvatting van het delictsbestanddeel "zich in het openbaar uitlaten" als bedoeld in art. 137c Sr. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. Daarbij wordt tegen de achtergrond van het vorenoverwogene in het bijzonder in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de ongevraagd toegestuurde e-mailberichten door de verdachte zijn verspreid onder een groot aantal publieke personen uit de Tweede Kamer, politieke partijen, redacteuren van praatprogramma's, advocaten, pers, televisieomroepen en andere organisaties, terwijl uit de gebezigde bewijsmiddelen onmiskenbaar volgt dat deze e-mailberichten door hun inhoud niet een min of meer vertrouwelijk karakter hebben en deze e-mailberichten gelet op de hoedanigheid van de geadresseerden geëigend zijn om bekend te raken buiten de kring van personen tot wie de berichten rechtstreeks waren gericht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 31620 tot 32664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d | shasum -a 256