Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.7.4. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.
Opmerking verdient nog dat het doen van discriminatoire uitlatingen met het opzet dat zij worden geopenbaard in het – zich hier niet voordoende – geval dat deze niet ter kennis van het publiek zijn gebracht als hiervoor bedoeld in beginsel kan worden beschouwd als een strafbare poging tot het begaan van het delict van art. 137c Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 32898 tot 33249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d | shasum -a 256