Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.
Sinds begin 2011 ontvang ik e-mailberichten van ene [verdachte]. De e-mailberichten zijn erg beledigend voor mij. Hij laat zich erg discriminerend uit over de joden als volk of groep in deze mails. Ik ontvang vanaf begin 2011 tot op heden een groot aantal e-mails op mijn e-mailadres: [emailadres]. Deze mails worden verzonden vanaf het e-mailadres [verdachte]@hotmail.com. Ik kan aan de adressen in de kop zien dat ze naar een groot aantal mensen worden gestuurd. De mails bevatten allemaal anti-Semitische teksten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 14777 tot 15306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d | shasum -a 256