Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.4. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.
De verdachte heeft ter terechtzitting van 15 oktober 2012 erkend dat hij de e-mailberichten vanaf zijn computer vanuit zijn woonadres te Amsterdam heeft verstuurd. De verdachte verklaarde voorts dat hij wilde provoceren en een maatschappelijk debat wilde uitlokken, omdat de Holocaust wordt gebruikt om kritiek af te wimpelen en omdat de verhouding tussen het beledigen van moslims en het beledigen van joden totaal zoek is. Hetgeen hij heeft geschreven moet - aldus de verdachte - in deze context worden gezien. Daarnaast heeft de verdachte aangegeven dat zijn e-mailberichten slechts tot een beperkte groep mensen waren gericht, waardoor geen sprake was van het 'in de openbaarheid' brengen van de inhoud van die e-mailberichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 19261 tot 20005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d | shasum -a 256