Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.4. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.
Naar het oordeel van het hof is daarvan in de zaak van de verdachte geen sprake. De verdachte heeft naar een groot aantal personen en instanties e-mailberichten gestuurd met beledigende teksten. Niet is gebleken dat de uitlatingen in die e-mailberichten zijn gedaan binnen een voor de ontvangers kenbare context, waarbij nog van belang wordt geacht dat - gelet op de aard van de uitlatingen waarvan in casu sprake is - rekening dient te worden gehouden met ontvangers die door het enkele kennisnemen van de inhoud van de e-mailberichten - die aan hen ongevraagd worden toegezonden - dermate zijn geschokt, dat zij verder geen kennis willen nemen - wat ook niet van hen kan en mag worden verlangd - van het door de verdachte uitgedragen gedachtegoed, hetgeen ook blijkt uit de tegen de verdachte gedane aangiften. Het feit dat de verdachte in een aantal e-mailberichten Youtube filmpjes meestuurde die zijns inzien laten zien dat Israel en de Joodse mensen misdaden plegen jegens de Palestijnen maakt dit, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 25514 tot 26592.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d | shasum -a 256