Citaat | Hoge Raad 22 april 2014

Onder 2.4. Hoge Raad 22 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:952.

Het hof stelt voorop dat het antwoord op de vraag of de verdachte van het beledigen van Joodse mensen een gewoonte heeft gemaakt, beslissend is of dit kan volgen uit de bewijsmiddelen. Naar het oordeel van het hof volgt uit de bewijsmiddelen in onderhavige zaak dat de verdachte van zijn gedragingen een gewoonte heeft gemaakt. Dit volgt immers uit de veelheid van de e-mailberichten die zich in het dossier bevinden en het feit dat de verdachte deze e-mailberichten gedurende een periode van twee maanden naar meerdere personen en instanties heeft verzonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4bc8f40331884d35c5cc6265196467529d2ef12c98f11a9238f5486e757745d, en de alinea staat in dat document op bytes 27897 tot 28469.