Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.2.1. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:953.
A: ik stond er met mijn rug naar toe. Ik stond voorover gebogen om mijn MP3-speler in een laptop te doen met een kabel. Ik voelde wat van achteren tussen mijn benen. Ik gaf hem een duw. Ik ben omgedraaid met mijn MP3 met die draad. Die heb ik rond zijn nek getrokken. Ik heb mijn knie in zijn rug gezet. Ik heb niet meer los gelaten. Toen [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1]) thuis kwam, was hij al dood.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43fc0ac65864088077a7286fca98450401a4158d003db2aed6fdae23fd77619c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43fc0ac65864088077a7286fca98450401a4158d003db2aed6fdae23fd77619c, en de alinea staat in dat document op bytes 8555 tot 8985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43fc0ac65864088077a7286fca98450401a4158d003db2aed6fdae23fd77619c | shasum -a 256