Citaat | Hoge Raad 22 april 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:969.

Bij mij thuis vertelde [betrokkene 5] dat ik contact moest opnemen met [medeverdachte 4] want de hasj moest weg. [betrokkene 5] vertelde mij dat hij, [betrokkene 5], 60 pakketten hasjiesj aan boord had en de man die bij hem was had 150 pakketten hash aan boord had. De rest moest bij [medeverdachte 1] aan boord zijn. De man die bij hem was een blonde man van ongeveer 40 jaar. Het was een Nederlander. Ik weet niet hoe hij heet want hij heeft zich niet aan mij voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0986cbaf22697c0c197ef22060c93340d1668111d78b05e640570835883cf0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0986cbaf22697c0c197ef22060c93340d1668111d78b05e640570835883cf0af, en de alinea staat in dat document op bytes 8556 tot 9043.