Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.2.3. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:971.
Om vooruit te komen moeten wielen aangedreven worden. Tussen de aangedreven wielen en de ondergrond ontstaat een zekere mate van slip. (...) Als een voertuig accelererend over de oppervlakte van een voetgangersgebied rijdt, zullen de aangedreven wielen, daar waar zij contact hebben, de ondergrond ontdoen van vuil en stof. Dit wordt dan zichtbaar als het onderhavige rijspoor. Op het moment dat de aandrijving op de wielen stopt, zal ook geen rijspoor meer ontstaan. Dit terugvoerend naar de gebeurtenis werden de wielen aangedreven tot aan, tot en met ofwel tot kort voor de botsing met het slachtoffer. Hierna werd het gas losgelaten en vond door de aangedreven wielen geen aftekening meer plaats. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41267c745b47820fa414ef2f4cedbe2657dbc61d6112c6452f71b94922f00dc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41267c745b47820fa414ef2f4cedbe2657dbc61d6112c6452f71b94922f00dc2, en de alinea staat in dat document op bytes 16922 tot 17641.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41267c745b47820fa414ef2f4cedbe2657dbc61d6112c6452f71b94922f00dc2 | shasum -a 256