Citaat | Hoge Raad 22 april 2014
Onder 2.3. Hoge Raad 22 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:974.
Wanneer de benadeelde partij gebruik maakt van de haar in art. 334, derde lid, Sv gegeven bevoegdheid tot toelichting van haar vordering, treedt zij niet op als getuige. De door haar in dat verband - niet als getuige en evenmin onder ede - afgelegde verklaring kan daarom door de rechter niet worden gebruikt voor het bewijs van het aan de verdachte tenlastegelegde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/050fd2cd88abdddd7efe14aca63062db097ddf4c9cf5106fe5979c14db1854f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 050fd2cd88abdddd7efe14aca63062db097ddf4c9cf5106fe5979c14db1854f8, en de alinea staat in dat document op bytes 9948 tot 10327.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/050fd2cd88abdddd7efe14aca63062db097ddf4c9cf5106fe5979c14db1854f8 | shasum -a 256