Citaat | Hoge Raad 25 april 2014

Onder 4.3.4. Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:979.

Middel I betoogt voorts dat de onderhavige bijdragen niet (mede) zijn bepaald door de (omvang van de) kosten van de werkzaamheden, in die zin dat deze bijdragen niet de volledige kosten van de verbouwingen dekken en enkel betreffen dat deel van de kosten van de overeengekomen verbouwingen, dat niet volgens het wettelijke bekostigingsstelsel door belanghebbende moet worden gedragen. Dit betoog stuit af op hetgeen het Hof van Justitie heeft geoordeeld in zijn arrest van 21 september 1988, 50/87, Commissie tegen Frankrijk, BNB 1994/306, in het bijzonder punt 21, te weten dat de omstandigheid dat een vergoeding lager is dan de kostprijs niet eraan in de weg staat dat economische activiteiten in de zin van de Zesde richtlijn worden verricht, behoudens ingeval van vrijgevigheid. Laatstbedoelde uitzondering van vrijgevigheid is in het onderhavige geval niet aan de orde, naar volgt uit ’s Hofs in cassatie niet bestreden vaststelling dat de Inspecteur in hoger beroep niet heeft gesteld dat belanghebbende voor de werkzaamheden in wezen geen of slechts een symbolische vergoeding heeft bedongen of ontvangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d92d1fb67ce74af4012785296a866f8da2a568d1f02b7ed6b11fd36e1f4ce2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d92d1fb67ce74af4012785296a866f8da2a568d1f02b7ed6b11fd36e1f4ce2f, en de alinea staat in dat document op bytes 19958 tot 21087.