Citaat | Hoge Raad 25 april 2014
Onder 3.3.2. Hoge Raad 25 april 2014
Een alinea uit Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:981.
Indien een ondernemer betalingen verricht aan een andere ondernemer moet als regel ervan worden uitgegaan dat deze betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen (zie HR 1 maart 2002, nr. 36020, ECLI:NL:HR:2002:AD9708, BNB 2002/141) en dat die prestatie is verricht door de ondernemer aan wie de betalingen zijn verricht. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering ingeval de ondernemer aan wie de betalingen zijn verricht de daaraan ten grondslag liggende kosten voor gemene rekening met andere ondernemers heeft gemaakt (kosten voor gemene rekening). Het ligt op de weg van de partij die zich op deze uitzondering beroept de daarvoor benodigde feiten te stellen en bij betwisting aannemelijk te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e33b79f855993a128890b32ec40818c1a120cbf90a1feb466a9770b05e29269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e33b79f855993a128890b32ec40818c1a120cbf90a1feb466a9770b05e29269, en de alinea staat in dat document op bytes 11416 tot 12131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e33b79f855993a128890b32ec40818c1a120cbf90a1feb466a9770b05e29269 | shasum -a 256