Citaat | Hoge Raad 25 april 2014

Onder 2.3. Hoge Raad 25 april 2014

Een alinea uit Hoge Raad 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:982.

Het Hof heeft geoordeeld dat de waarde niet op een te hoog bedrag is vastgesteld. Het heeft daartoe onder meer overwogen dat het partijen niet volgt in hun eensluidend standpunt dat in verband met de ficties die in artikel 17, lid 2, van de Wet WOZ besloten liggen, rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat het object is verhuurd en dat waardering in onverhuurde staat - in de regel - leidt tot een lagere waarde. Als de potentiële koper een belegger is valt niet in te zien dat de verhuurde staat van een object voor de toepassing van de Wet WOZ als een waardeverminderende factor moet worden aangemerkt, aldus het Hof. De onderhavige verkooptransactie ligt zo dicht bij de waardepeildatum dat de betaalde prijs met de waarde op de waardepeildatum kan worden vereenzelvigd en - in beginsel - als de in de Wet WOZ bedoelde waarde in het economische verkeer heeft te gelden. Bij de totstandkoming van die verkoopprijs zullen de partijen rekening hebben gehouden met alle marktomstandigheden die in het algemeen gelden en met de omstandigheden van de onroerende zaak in het bijzonder, waaronder het bestaan van de kort daarvoor verlengde huurovereenkomst. Voor dat geval stemt de koopsom overeen met de WOZ-waarde, aldus nog steeds het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abc2ab1c4e23d46b60e3104344d094f71a4b60a103a928889308a48662767212. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abc2ab1c4e23d46b60e3104344d094f71a4b60a103a928889308a48662767212, en de alinea staat in dat document op bytes 7386 tot 8652.