Citaat | Hoge Raad 17 april 2015

Onder 3.5.2 Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1063.

Waar sprake is van voor de gehele Unie geldende rechten, zoals die welke voortvloeien uit de Verordeningen inzake het gemeenschapsmerk en het gemeenschapsmodel, treden dergelijke belemmeringen niet op, zodat aan de uitzondering van art. 36 VWEU in dergelijke gevallen geen behoefte bestaat. De omstandigheid dat de nationale wetgevingen van de lidstaten inzake een aantal rechten van intellectuele eigendom tot op zekere hoogte zijn geharmoniseerd, zoals het geval is met het auteurs- en het merkenrecht (op grond van de Richtlijnen 2001/29/EG en 2008/95/EG), leidt evenwel niet tot dezelfde gevolgtrekking. Niet alleen betreft die harmonisatie niet de volledige nationaalrechtelijke regeling van de desbetreffende rechten, de richtlijnen laten de lidstaten bovendien op verschillende punten keuzevrijheid, zoals bijvoorbeeld in art. 5 lid 3 van Richtlijn 2001/29/EG en in art. 5 lid 2 Richtlijn 2008/95/EG. Aldus blijven ook onder Unierechtelijk geharmoniseerd nationaal recht van intellectuele eigendom tussen het recht van de afzonderlijke lidstaten verschillen bestaan die, in combinatie met de territoriale begrenzing van de nationale rechten, de toepasselijkheid van art. 36 VWEU rechtvaardigen en zelfs noodzakelijk maken voor een adequate en doeltreffende bescherming van die rechten van intellectuele eigendom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081, en de alinea staat in dat document op bytes 17953 tot 19298.