Citaat | Hoge Raad 17 april 2015

Onder 3.5.3 Hoge Raad 17 april 2015

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1063.

Voor zover al geoordeeld zou kunnen worden dat het vorenstaande niet met voldoende zekerheid uit de rechtspraak van het HvJEU voortvloeit en ook niet gezegd kan worden dat over deze kwestie redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan, ziet de Hoge Raad geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen, nu het hier een kort geding betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ece6fcd242bbea1a5c63d5e432086fef84ee254992cc351afc49d6bb1e7e081, en de alinea staat in dat document op bytes 19429 tot 19785.